53 vragen, 1 jaar lang: elke week een nieuw kijkje in RoosGenealogie

Gepubliceerd op 6 februari 2026 om 09:07

Wekelijkse blog waarin RoosGenealogie inzicht geeft in genealogie, werkwijze en visie.

53 vragen, 1 jaar lang: elke week een nieuw kijkje in RoosGenealogie

Week 4 - 24 februari 2026

Hoe begint een gemiddeld genealogisch onderzoek?

In elk mensenleven worden er minimaal 2 feiten geregistreerd, namelijk je geboorte en je overlijden. 
Daarmee begint een onderzoek dan ook. Ik krijg de naam door van een voorouder (ouders, grootouders, overgrootouders) en ga op zoek naar de geboorteakte en overlijdensakte. Op deze twee aktes staat al aardig wat informatie. Voor 1920 staat op de geboorteakte de volledige namen van de ouders. Maar ook de leeftijden van de ouders, en in elk geval van vader. Het beroep van vader. Het adres waarop een kind geboren is. Op de overlijdensakte vind je de volledige namen van de eventuele echtgenoot(e). Maar ook de getuigen kunnen wat vertellen. Waar het in de ene regio gebruikelijk was dat je zonder getuigen kwam en de veldwachter of de klerk optreden, was het in andere regio's echt een familie aangelegenheid. Vaak kwam dan degene mee naar wie het kind vernoemd werd. Een grootouder, oom of tante. En bij het overlijden hun kinderen of neven en nichten.
Ook hun leeftijden en beroepen worden aangegeven. 

Met die eerste gegevens kan ik gericht gaan zoeken in de volgende bron. Die van de huwelijken. Bij een huwelijksakte zitten vaak huwelijkse bijlages. Als de ouder van de bruid of bruidegom overleden was vind je er een extract overlijden. Bij mannen zit en vrijwel altijd een extract uit de nationale militie bij. Op die manier kun je direct zien of hij heeft gediend of niet. Ook de volledige namen van de bruid staan erop. En ook hier weer getuigen.

Zo is er een eerste beeld ontstaan. Daarna ga ik op zoek naar de kinderen. Door de combinatie van het echtpaar te zoeken vind je diens kinderen. Daarmee ontstaat ook al vaak een beeld van de woonadressen. 

Die adressen kun je vervolgens weer vergelijken met de bevolkingsregister, de volgende bron met informatie. Hier vinden we de adressen, beroepen én de religie. Hier staat ook op wanneer een persoon of gezin vertrok uit een gemeente en waar naar toe ze zijn gegaan.

Deze vier bronnen, burgerlijke stand (geboorte, huwelijk, overlijden) nationale militie en bevolkingsregisters zijn de bronnen die de grote lijnen uitzetten. Voor 1811 bestond er nog geen burgerlijke stand en begint het onderzoek in de zogeheten DTB register (doop, trouwen, begraven). Vaak met iets minder informatie dan uit de burgerlijke stand. Maar voldoende om verwanten te bewijzen. In grote steden als Amsterdam en Leiden ook met adres en beroep. 

Met al deze basisgegevens kan ik gaan zoeken in zogeheten secundaire bronnen. Dat zijn er een heleboel.
Meest voorkomend zijn notariële registraties, rechterlijke archieven, transportregisters, kranten, kamer van koophandel dossiers, militaire stamboeken, gevangenisregisters, weeskamers, en nog veel meer. Met al die gevonden gegevens kan een familiegeschiedenis kleur krijgen en duidelijk worden. 

Tot slot zoek ik daar dan afbeeldingen bij van de locaties, beroepen, klederdracht, genoemde feiten en gebeurtenissen en zoveel meer. Ook komt er context van geschiedenis over gebeurtenissen en vondsten. En bij de meest uitgebreide optie voeg ik bijlages toe met achtergrond en verduidelijking over thema's. 

Week 3 - 17 februari 2026

Wat onderscheidt RoosGenealogie haar aanpak van andere genealogische bureaus?

RoosGenealogie onderscheidt zich als gespecialiseerd onderzoeksbureau in stamboomonderzoek en familiegeschiedenis door verder te gaan dan de standaard genealogische bewijsvoering. Waar veel bureaus zich beperken tot het verzamelen van geboorte-, huwelijks- en overlijdensaktes, zoekt RoosGenealogie juist naar het verhaal áchter deze documenten. Een akte is immers slechts het begin van een levensverhaal. Door gebruik te maken van alternatieve en aanvullende bronnen ontstaat een rijk, compleet en levendig beeld van uw voorouders.

Bij RoosGenealogie draait professioneel stamboomonderzoek niet alleen om namen en data, maar om mensen van vlees en bloed. Van hen die ons voorgingen. Naast officiële archiefstukken worden ook krantenartikelen, familieadvertenties, notariële aktes, rechtbankverslagen, bevolkingsregisters en documenten van de Kamer van Koophandel geraadpleegd. Hierdoor komen beroepen, ondernemingen, migraties, familieconflicten en bijzondere gebeurtenissen aan het licht die in standaard genealogisch onderzoek vaak verborgen blijven. Dit diepgaande familieonderzoek zorgt voor een unieke en persoonlijke reconstructie van uw familiegeschiedenis. En geeft daarmee inzicht in de eigen identiteit, karakter en afkomst. 

Wat RoosGenealogie bovendien bijzonder maakt, is de manier waarop de resultaten worden gepresenteerd. Geen droge opsomming van feiten, maar een zorgvuldig geschreven, makkelijk leesbaar verhaal met historische context. De tijdsgeest, maatschappelijke omstandigheden en lokale geschiedenis worden verweven met de levens van uw voorouders. Zo begrijpt u niet alleen wie zij waren, maar ook hoe zij leefden en welke keuzes zij maakten.

Beeldmateriaal speelt hierin een belangrijke rol. RoosGenealogie verrijkt bij bepaalde opties stamboom en familiegeschiedenis met afbeeldingen van locaties waar uw familie woonde, historische kaarten, voorbeelden van klederdracht, foto’s van gebouwen, ambachten en omgevingen uit de betreffende periode. Dit brengt het verleden letterlijk tot leven en maakt het onderzoek niet alleen informatief, maar ook tastbaar en emotioneel waardevol.

Week 2 - 11 februari 2026

Wat was het allereerste familieonderzoek dat je uitvoerde?

Mijn allereerste familieonderzoek begon bij de familie van mijn oma aan mijn vaderskant. Mijn opa was enig kind, maar mijn oma kwam uit een groot gezin. Elf kinderen, dacht ik altijd. Later bleken het er dertien te zijn geweest — twee waren op zeer jonge leeftijd overleden.

Ik was pas dertien jaar oud toen mijn nieuwsgierigheid werd gewekt. Door een foto van mijn betovergrootmoeder Immetje Jannetje Waij. Ervaring met stambomen had ik niet, maar wel een enorme drang om te weten en te begrijpen waar ik vandaan kwam.

Mijn oma leverde de eerste informatie aan, mijn vader vulde aan waar hij kon. Op verjaardagen greep ik mijn kans: ik ondervroeg ooms, tantes en verre neven en nichten over namen, geboortes en alles wat ze zich nog konden herinneren. Al snel had ik een flinke verzameling namen, maar hoe kreeg ik daar overzicht in?

Het was 2002. MSN Messenger pingde vrolijk op de achtergrond terwijl vriendinnen met namen als “12–>> LUFF JEROEN 4-EVERRRRR <<–21” hun verliefdheid bekend maakten door steeds online en offline te gaan.
Maar ik liet mij niet afleiden door die nieuwe verkering met Jeroen. Ik opende Internet Explorer en typte: “stamboom onderzoek”.
Wat er toen gebeurde voelde als een openbaring. Er ging een wereld voor mij open.

Fanatiek startte ik MS Paint en begon in dik zwart omlijnde vierkanten mijn gezin uit te tekenen. Ikzelf. Papa. Mama. Een lijntje omhoog. Opa en oma. Nog een lijntje. En toen liep ik vast. Ik wist eigenlijk niet eens hoe de ouders van mijn opa en oma heetten. En nog een lijntje omhoog eindigde in een leeg vierkant. Daar schreef ik uiteindelijk: “Immetje”. Al die lege vakjes vond ik maar niets. Met pen en papier in de hand rende ik naar beneden.
“Papa, hoe heten de ouders van oma?” En zo begon mijn eerste echte stamboomonderzoek.

Wekenlang viel ik familieleden lastig met vragen. Alles verwerkte ik in mijn Paint-schema, dat ik uitprintte en zorgvuldig in een mapje bewaarde. Een oom wees me erop dat bij een stamboom ook geboorte- en overlijdensdata horen. Maar niemand kende die gegevens. Niet van al die opa’s en oma’s — en al helemaal niet van Immetje.
Achter de computer ontdekte ik dat iedereen bij geboorte een geboorteakte krijgt en bij overlijden een overlijdensakte. En al die aktes worden bewaard in een archief. Wat een ontdekking.

In mijn fantasie was een archief een muffe ruimte vol rokerige lucht en hoge kasten met vergeelde boeken. De werkelijkheid was anders, maar minstens zo bijzonder. De archivaris in Zaandam was zichtbaar blij met zo’n enthousiast jong meisje tussen de gebruikelijke oudere heren. Hij nam alle tijd om uit te leggen hoe microfiches werkten en hoe ik oude aktes kon opzoeken.
Al snel zat ik zelfstandig achter het apparaat, turend naar vergeelde documenten op het scherm. Ik weet nog dat ik het jammer vond dat deze hobby vooral voor oude mannen leek te zijn. Maar dat weerhield mij er niet van om uit te zoeken wie Immetje was.

Mijn betovergrootmoeder Immetje Jannetje Paulus Waij — zo luidde haar volledige naam, vond ik terug in de archieven.
Ze werd geboren in Zaandam en leefde daar aan het einde van de negentiende eeuw. Samen met haar man, die zich onder invloed van het opkomende Darbisme aansloot bij de broederschapsbeweging in Zaandam, verhuisde zij vóór de eeuwwisseling naar ’s-Gravenhage. Door hun keuze — en doordat hun kinderen en kleinkinderen trouwden binnen dezelfde geloofsgemeenschap — raakte mijn familie diepgeworteld in deze religieuze stroming. Het lege vierkantje in mijn Paint-tekening had nu een naam, een geschiedenis en een verhaal. En daarmee viel er veel op zijn plaats.

Op een dag riep mijn moeder verbaasd: “Er is een meneer uit Australië aan de lijn voor jou!”
Ik sprong op van enthousiasme. Dat moest Piet — of Pete — zijn. Hij deed al jarenlang onderzoek naar de stamboom van Immetjes echtgenoot. Ik had zijn website gevonden en hem benaderd. Het bleek dat hij een verre nazaat was van een broer van één van mijn voorouders. Hij vertelde hoe blij hij was dat een jong iemand interesse had in de familiegeschiedenis. Omdat hij al sinds zijn kindertijd in Australië woonde, sprak bijna niemand meer Nederlands met hem. In wat gebrekkig Nederlands zei hij:
“Ik leef niet meer lang… wil jij de stamboom dan overnemen en verder uitzoeken?” Natuurlijk zei ik ja.
Hij stuurde mij al zijn gegevens per e-mail. We hadden regelmatig contact en spraken elkaar nog een keer telefonisch. Maar na verloop van tijd bleef antwoord op mijn mails uit. Een jaar later zag ik op zijn website de woorden: in memoriam.

Ik was verdrietig. Maar wat was het bijzonder om zulke verre familie te ontmoeten. Dat hij mij, als jong meisje, zijn levenswerk had toevertrouwd — dat voelde als een eer.


Wat begon als zwarte vierkantjes in MS Paint groeide uit tot een levenslange zoektocht naar verhalen, verbanden en verbondenheid. En ergens tussen al die namen en data vond ik niet alleen Immetje — maar ook een deel van mezelf.
En het plezier dat het stamboomonderzoek mij bracht maakte dat ik daarna nog veel meer onderzoeken ben gaan doen en nu met RoosGenealogie anderen ook kan helpen aan antwoorden over hun afkomst. 

Week 1 - 6 februari 2026

Hoe is het idee ontstaan om dit genealogisch bedrijf te starten?

Mijn interesse in genealogie begon toen ik 13 jaar oud was, aan de keukentafel bij mijn oma. Ze haalde een oud blik tevoorschijn met zwart-witfoto’s. Daarop familieleden van vroeger, sommigen bekend, anderen totaal onbekend. Terwijl zij geduldig uitlegde wie al die mensen waren, viel mijn oog op een oude foto van een vrouw met een baby op schoot. Dat bleek mijn betovergrootmoeder te zijn. Het besef dat ook zij een leven had gehad, wekte een nieuwsgierigheid die me niet meer losliet.

Thuis begon ik mijn eerste stamboom, simpelweg in Paint. Al snel ontdekte ik hoeveel ik eigenlijk niet wist: namen, data, verhalen. Ik ging op zoek, stelde vragen aan familie en dook achter de computer. Niet veel later bezocht ik samen met mijn vader voor het eerst een archief. Daar ging een wereld voor me open. Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uit tot een serieuze hobby.

In de jaren die volgden leerde ik steeds meer over stamboomonderzoek. Ik vond voorouders terug in archieven, ontdekte familiegeschiedenissen en raakte steeds bedrevener in het vak. Zonder dat veel mensen het wisten, was genealogie al die tijd mijn grootste hobby. 

Rond mijn twintigste begon ik ook onderzoek te doen voor anderen. Zodoende deed ik veel ervaring op met allerlei zeer variërende familie geschiedenis.  In 2017 besloot ik mijn hobby om te zetten in een kleinschalig bedrijf: RoosGenealogie. Wat begon met een paar aanvragen en veel leergierigheid, groeide uit tot een professioneel bedrijf. In 2020 schreef ik mij officieel in bij de KvK en werd genealogie niet alleen mijn passie, maar ook mijn werk. Het mooiste aan het werk is dat mensen antwoorden krijgen over waar ze vandaan zijn gekomen, hoe dat past bij wie zij nu zijn. Dat er vragen beantwoord worden die al jaren rondgaan in families. 


Meer dan drie en twintig jaar na dat moment aan de keukentafel is RoosGenealogie het resultaat van een hobby die uitgroeide tot een onderneming. En elke stamboom die ik onderzoek, begint nog steeds met dezelfde nieuwsgierige vraag: wie waren de mensen vóór ons?