Waarom kiezen we wat we kiezen? Een deel van het antwoord ligt soms generaties terug. Wie zijn stamboom naast elkaar legt, ziet dat gezinnen zich op vergelijkbare manieren vormen, dat verlies zich herhaalt en dat bepaalde keuzes steeds terugkomen. En je ziet ook de momenten waarop iemand het anders deed, of anders moest.
In mijn onderzoeken voor RoosGenealogie kom ik die patronen keer op keer tegen. In dit artikel neem ik u mee langs een aantal voorbeelden: samengestelde gezinnen, verlies dat doorwerkt, en de redenen waarom families uit hun vertrouwde patroon braken. Want juist het waarom maakt een patroon begrijpelijk.
Samengestelde gezinnen zijn niet nieuw
We zien het samengestelde gezin vaak als iets van deze tijd. In de archieven is het eeuwenoud. Alleen was de oorzaak toen meestal geen scheiding, maar de dood. Veel vrouwen overleden in het kraambed of kort daarna, en mannen stierven door ongelukken, ziekte of op zee.
In een familie uit Oud- en Nieuw-Gastel vond ik een huishouden in het begin van de achttiende eeuw met ongeveer negen kinderen uit twee huwelijken onder één dak. In een Zeeuwse familie overleed in 1815 een moeder van jonge dochters, en eind 1818 hertrouwde de vader. Dat zulke huwelijken snel volgden, was doorgaans eerder noodzaak dan kilheid. Een man die moest werken, kon niet alleen voor jonge kinderen zorgen, en een weduwe met kinderen had vaak geen inkomen.
Voor wie naar patronen kijkt, is dat interessant. Kinderen groeiden op met een stiefouder, met halfbroers en halfzussen, en soms met een weeskamer of voogd die over hun erfdeel waakte. In sommige families zie je dat generaties achter elkaar terugkomen. De vraag hoe dat de gezinnen vormde, is niet uit een akte af te lezen. Maar het helpt wel om te begrijpen waarom bepaalde verhoudingen in een familie zijn zoals ze zijn.
Verlies dat zich herhaalt
Sommige families worden generatie na generatie door verlies getroffen. Het duidelijkste voorbeeld uit mijn onderzoeken begint bij een korporaal uit Kranenburg, net over de Duitse grens. Hij vocht bij Waterloo, overleefde de slag en overleed twee jaar later in een hospitaal in Mons. Zijn zoontje heeft hem nooit gekend.
Die zoon werd kleermaker en zag zeven van zijn negen kinderen sterven. Zijn zoon verloor op zijn eenentwintigste binnen enkele maanden beide ouders. Drie generaties achter elkaar die al jong met de dood te maken kregen: als kind zonder vader, als vader van kinderen die niet bleven leven, als jongeman zonder ouders.
Kindersterfte was in de negentiende eeuw hoog, en dat maakt zo'n reeks niet uniek. Maar wie het in één lijn ziet, gaat zich afvragen wat er van generatie op generatie werd meegegeven. Niet alleen een achternaam en een vak, maar mogelijk ook een ervaring met verlies en een manier om daarmee om te gaan. Dat staat in geen enkele akte, maar het is een vraag die veel nazaten herkennen.
Waarom patronen braken
Een familie die eeuwenlang op dezelfde plek woont en hetzelfde werk doet, breekt daar zelden zomaar mee. Meestal is er een duidelijke reden. In mijn onderzoeken zie ik er drie steeds terugkomen: dwang, geloof en werk.
Dwang. Toen Nederland in 1810 bij het Franse keizerrijk werd ingelijfd, voerde Napoleon de dienstplicht in. Jonge mannen werden opgeroepen voor zijn leger, of ze wilden of niet. In één familie diende een voorvader zo in het leger van Napoleon. Velen kwamen nooit terug, en wie terugkwam, had dingen gezien die zijn leven blijvend veranderden.
Geloof. Na 1685 werd het protestantse geloof in Frankrijk verboden. Duizenden Franse hugenoten vluchtten naar de Republiek. Ze lieten huis, werk en familie achter om hun geloof te kunnen behouden. Hier sloten ze zich aan bij de Waalse kerken, waar in het Frans werd gepreekt. Voor hun nakomelingen is een doop in de Waalse kerk vaak de eerste aanwijzing van die vlucht.
Werk. De meest voorkomende reden om te vertrekken was werk. Een Duitse suikerbakker kon in Amsterdam zijn vak uitoefenen, in een stad die lange tijd een centrum van de suikerraffinage was. Een man uit Polen vestigde zich rond 1677 in Den Haag en werd daar een gevestigd kleermaker. Een vissersfamilie trok rond 1800 van Vlaardingen naar Scheveningen. En een familie uit het Belgische Achel stak in de jaren 1850 de grens over naar Noord-Limburg. Wie thuis geen bestaan kon opbouwen, ging naar waar dat wel kon.
Die redenen zijn belangrijk. Een breuk die werd afgedwongen, door oorlog of vervolging, laat vaak andere sporen na dan een vertrek uit eigen keuze.
De twintigste eeuw: het einde van het familieambacht
Eeuwenlang was het vanzelfsprekend dat een zoon het vak van zijn vader leerde. In de twintigste eeuw verandert dat in veel families die ik onderzoek. Dat is geen toeval, maar het gevolg van een samenleving die in korte tijd ingrijpend veranderde.
Neem weer de familie van de korporaal uit Kranenburg. Zijn kleinzoon trok als behanger van stad naar stad, tot het gezin in Amsterdam bleef. Ook de volgende generatie werd behanger, meubelmaker en stoffeerder. Maar diens zoon werd diamantbewerker en krantendrukker, en in de generatie daarna verliet de familie Amsterdam en vond via Haarlem en Eindhoven een nieuwe plek in Tilburg.
Waarom brak dat patroon juist toen? Daar zijn een aantal redenen voor.
Onderwijs. Met de Leerplichtwet van 1901 moesten kinderen naar school in plaats van mee te werken in de werkplaats van hun vader. Ze leerden lezen, schrijven en rekenen, en kregen daarmee toegang tot beroepen die eerder buiten bereik lagen.
Industrie en techniek. Fabrieken en machines namen werk over dat eerder met de hand werd gedaan. Ambachten als mandenmaken verloren hun markt, terwijl er nieuwe beroepen ontstonden in fabrieken, drukkerijen en de diamantindustrie. In Tegelen zie je bijvoorbeeld een grèsbuizenperser in de keramische industrie, elders een caoutchoucbewerker in de rubberverwerking.
Mobiliteit. Trein, fiets en later de auto maakten het makkelijker om buiten de eigen stad of streek werk te zoeken. Een familie hoefde niet langer te blijven waar het werk van vader was.
Crisis, oorlog en wederopbouw. De crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog troffen veel ambachten en bedrijfstakken hard. Na 1945 kwamen er nieuwe kansen, met meer onderwijs, meer welvaart en sociale voorzieningen. Daardoor waren mensen minder afhankelijk van het familievak en het familienetwerk.
Voor wie naar intergenerationele patronen kijkt, is dit een belangrijk inzicht. Dat een ambacht verdween, zegt vaak meer over de tijd dan over de keuzes van één persoon. Tegelijk kunnen andere patronen, zoals de omgang met verlies, gewoon doorlopen terwijl het werk verandert.
Wat generaties meedragen
Sommige gebeurtenissen werken lang door. Oorlog is daar het duidelijkste voorbeeld van. In een Scheveningse familie kwam de broer van een grootmoeder om in Buchenwald, nadat hij in het verzet actief was. In een familie met wortels in Nederlands-Indië zaten familieleden in Japanse kampen op Sumatra, en volgde na de oorlog de repatriëring naar Nederland.
Uit onderzoek naar oorlogservaringen weten we dat zulke ervaringen invloed kunnen hebben op volgende generaties, bijvoorbeeld via zwijgen, spanning of een sterke behoefte aan veiligheid. Een stamboom kan dat niet aantonen. Wel kan hij context geven: wie meemaakte wat, op welke leeftijd, en wat er daarna veranderde. Voor veel nazaten valt er dan iets op zijn plek.
Herkent u in uw familie de doorwerking van oorlog of verlies, en wilt u daar met iemand over praten? Organisaties als Stichting Pelita en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum hebben daar ervaring mee.
Feit en duiding
Patronen zijn verleidelijk. Juist daarom ga ik er voorzichtig mee om. Een akte vertelt wanneer iemand trouwde, wat zijn beroep was en waar hij woonde. Wat hij daarbij dacht of voelde, staat er niet in.
In mijn onderzoeken houd ik die twee daarom strikt gescheiden. Wat de bronnen laten zien, presenteer ik als feit. Wat ik daaruit afleid over keuzes en omstandigheden, staat er apart en uitdrukkelijk als duiding, met woorden als aannemelijk of vermoedelijk.
Zo'n duiding van patronen over generaties is geen standaardonderdeel van een onderzoek. Het is een verdieping die ik op verzoek meeneem, voor wie wil weten wat de familiegeschiedenis over het eigen leven kan zeggen.
Uw eigen lijn
Misschien herkent u het al. Een beroep dat in uw familie steeds terugkomt. Een plaats waar iedereen naar terug lijkt te keren. Of juist dat ene familielid dat alles anders deed.
Bent u benieuwd wat zich in uw familie herhaalt, en waar het patroon werd doorbroken? Neem gerust contact met mij op. Samen gaan we op zoek naar het verhaal achter de namen.
Rosita Olivier, RoosGenealogie
Reactie plaatsen
Reacties