Tweelingen en meerlingen in genealogisch onderzoek

Gepubliceerd op 24 februari 2026 om 15:07

Bij genealogisch onderzoek kom je van alles tegen: onverwachte beroepen, migraties, familieruzies, verborgen tweede huwelijken. Maar ook hele bijzondere vondsten in een stamboom zijn toch wel de geboorte van een tweeling – of zelfs een meerling.

Een tweelinggeboorte zorgde vroeger niet alleen voor vreugde, maar ook voor zorgen. Want in de 19e eeuw en begin 20ste eeuw waren de risico’s aanzienlijk groter dan vandaag.

Tweelingen zijn van alle tijden. Historische bevolkingsstatistieken uit West-Europa laten zien dat in de 19e eeuw gemiddeld 1 op de 80 à 90 bevallingen een tweeling betrof. Dat komt neer op ongeveer 1,1 tot 1,3% van alle geboortes.

Drielingen waren veel zeldzamer: ongeveer 1 op de 6.000 tot 8.000 geboortes. Vierlingen waren uitzonderlijk en werden vaak zelfs landelijk nieuws.

Opvallend is dat het percentage tweelinggeboortes in de 19e eeuw relatief stabiel was. Pas in de late 20e eeuw zien we een sterke stijging, vooral door vruchtbaarheidsbehandelingen en hogere maternale leeftijd.

Waar een tweeling vandaag meestal goed begeleid wordt, was dat in de 19e eeuw heel anders.

De kindersterfte lag toen hoog. In Nederland overleed in de 19e eeuw gemiddeld 10 tot 20% van de kinderen in het eerste levensjaar, afhankelijk van regio en periode. Bij tweelingen lag dat percentage aantoonbaar hoger.

Historische studies tonen aan dat:

  • Tweelingen vaker te vroeg werden geboren

  • Ze gemiddeld een lager geboortegewicht hadden

  • De sterftekans in het eerste levensjaar tot twee keer zo hoog kon zijn als bij eenlinggeboortes

In sommige regio’s overleed in de 19e eeuw zelfs 30–40% van de tweelingen vóór hun eerste verjaardag.

Dat zie je ook terug in de archieven. Als je een tweeling aantreft, is het niet ongebruikelijk dat één van de twee kinderen binnen enkele dagen, weken of maanden overlijdt. Soms zelfs beiden.

In overlijdensregisters kom je regelmatig vermeldingen tegen als:

  • “twee levenloos aangegeven kinderen”

  • “tweeling, waarvan één overleden”

  • “beide kinderen overleden binnen drie dagen”

Het zijn aangrijpende vondsten in een stamboom.

Zo ook het verhaal van de drieling Antony Bastiaan, Jacob Jan Hendrik en Elisabeth Hildegonda. 
Tijdens mijn onderzoek naar de familie van Randeraad ontdekte ik deze drieling.
Hun vader Hendrik van Randeraad was gehuwd met hun moeder Johanne Gijsbertina Vernet.
Als zij 5 maanden zwanger is van de drieling gaat het echtpaar scheiden. Johanne komt er alleen voor te staan tijdens een ongetwijfeld zware zwangerschap. De drieling kreeg zijn achternaam tijdens de geboorte. Maar in de krant worden zij onder de achternaam van hun moeder genoemd. Een bijzondere aangelegenheid, want er wordt een foto geplaatst in de krant van de pasgeboren baby´s.

 Maar ook hier bleek de medische kennis nog niet voldoende in deze periode van de tijd om de drieling te ondersteunen bij hun prematuur geboorte. Beide jongetjes overlijden een jaar later, op precies dezelfde dag aan hartfalen. Een verdrietige wending na zo een blij bericht in de krant. 
Het is dan 1943 en midden in de oorlog. Het meisje groeit op, wordt volwassen en krijgt zelf ook weer kinderen.