"Soedah, laat maar"

Gepubliceerd op 27 februari 2026 om 11:51

Voor de Indische gemeenschap is het ontdekken van de eigen familiegeschiedenis meer dan een hobby of genealogisch onderzoek — het is een zoektocht naar identiteit, erkenning en verbinding. Generaties lang werd er binnen veel Indische gezinnen weinig gesproken over het verleden. Oorlog, verlies, interneringskampen, repatriëring, ontworteling en aanpassing aan Nederland lieten diepe sporen na. Maar daarover werd vaak gezwegen.

Soedah, laat maar.”

Een uitspraak die velen herkennen uit de monden van ouders en grootouders. Het betekent zoveel als: het is goed zo, laat het rusten. Het was een manier om te overleven. Niet terugkijken, niet opnieuw voelen, doorgaan. Voor de generatie die de oorlog in Indië, de Bersiap-periode en de gedwongen migratie meemaakte, was zwijgen vaak een vorm van bescherming — voor zichzelf én voor hun kinderen. Pijn werd ingeslikt, herinneringen opgeborgen.

Maar onder hun kinderen en kleinkinderen groeit een steeds sterkere behoefte om dat stilzwijgen te doorbreken. Niet uit verwijt, maar uit verlangen om te begrijpen. Wie waren wij vóór Nederland? Waarom kwamen onze voorouders naar Nederlands-Indië — als soldaat, ambtenaar, planter, onderwijzer? Hoe zagen hun levens eruit? Hoe leefden zij tussen culturen, tussen werelden? Wat betekende het om Indo-Europeaan te zijn in een koloniale samenleving? En wat gebeurde er toen alles veranderde?

Het onderzoeken van die vragen is een bijzonder avontuur. Het leidt naar archieven, oude foto’s, scheepspassagierslijsten, militaire registers en vergeten brieven. Het brengt plaatsen tot leven: Batavia, Padang, Soerabaja, Atjeh, Ngawi. Het onthult verhalen van moed en verlies, van liefde tussen culturen, van kinderen die tussen twee werelden opgroeiden. Het laat zien dat de Indische geschiedenis niet zwart-wit is, maar gelaagd en complex.

Voor veel nazaten helpt deze zoektocht om gevoelens te plaatsen die soms generaties lang onuitgesproken bleven. Waarom was opa zo stil? Waarom wilde oma zo graag “gewoon Nederlands” zijn? Waarom hing er heimwee in huis naar een land waar je zelf nooit hebt gewoond? Door de geschiedenis te leren kennen, ontstaat begrip. En met begrip komt ruimte voor erkenning — zowel van het mooie als van het pijnlijke.

Daarnaast draagt het vastleggen van familieverhalen bij aan het collectieve geheugen van de Indische gemeenschap. Te lang zijn deze verhalen onderbelicht gebleven in de bredere Nederlandse geschiedenis. Door ze te documenteren, te delen en door te geven, krijgen ze hun rechtmatige plaats. Het is een manier om te zeggen: wij waren er, dit is ons verhaal.

Het doorbreken van “Soedah, laat maar” betekent niet dat het verleden wordt opengebroken om oude wonden te forceren. Het betekent dat er ruimte komt om te luisteren. Om vragen te stellen die vroeger misschien te zwaar waren. Om herinneringen alsnog een stem te geven. Juist omdat de eerste generatie vaak zweeg, voelen latere generaties de verantwoordelijkheid om te bewaren wat anders verloren dreigt te gaan.

Het ontdekken van de wegen van je voorouders — wanneer zij naar Nederlands-Indië kwamen, hoe hun levens zich daar ontvouwden en waarom zij uiteindelijk naar Nederland terugkeerden — is daarom meer dan geschiedschrijving. Het is een reis naar jezelf. Een manier om de puzzel van afkomst, cultuur en familie compleet te maken. En misschien ook een manier om zachtjes te zeggen: het hoeft niet meer “laat maar” te zijn. 

RoosGenealogie heeft al veel onderzoeken mogen doen naar Nederlands-Indische families. 
Het blijft fascineren. Het is mooi te kunnen en mogen bijdragen aan doorbreken van de stilte. Om de verhalen, ook van de voorouders van lang voor de tweede wereldoorlog te mogen vertellen aan hun nageslacht.