Pieter Korff (1763–1853)
Koopman, reder, bestuurder en Nestor van Den Helder.
Een persoonsonderzoek kan soms een scala aan informatie opleveren. Zo ook over het leven van Pieter Korff, die veelvuldig in de archieven, kranten, boeken en artikelen opdook. Hij werd herinnerd als Nestor en invloedrijk persoon te Den Helder.
Pieter Korff werd geboren op 2 november 1763 te Den Helder en werd daar op 6 november 1763 gedoopt. Hij leefde in een periode waarin Den Helder zich ontwikkelde van een bescheiden kustplaats tot een belangrijke marinehaven. Gedurende zijn lange leven – hij bereikte de uitzonderlijke leeftijd van negentig jaar – groeide Korff uit tot een van de meest invloedrijke en veelzijdige inwoners van de plaats.
Zijn loopbaan omvatte handel, scheepvaart, bestuur en maatschappelijke betrokkenheid. Daardoor is zijn leven niet alleen van genealogisch belang, maar vormt het tevens een spiegel van de economische en bestuurlijke ontwikkeling van Den Helder aan het einde van de achttiende en in de eerste helft van de negentiende eeuw.
Jeugd en eerste huwelijk
Over de jeugd van Pieter Korff is weinig bekend, maar uit latere bronnen blijkt dat hij zich al vroeg in de handel en scheepvaart begaf. Op 15 juli 1787 trad hij in het huwelijk met Trijntje Willems Slot (Sloth).
Trijntje werd gedoopt op 26 oktober 1766 te Den Helder en was een dochter van Willem Pietersz Slott en Grietje Klaas Koussebant.
Een opvallend detail bij dit huwelijk zijn de hoge kosten van de huwelijksinschrijving: maar liefst 30 gulden. Dat bedrag steekt sterk af bij de andere huwelijken in dezelfde inschrijving, die meestal pro deo waren of slechts 3 tot 6 gulden kostten. Dit kan erop wijzen dat het echtpaar over een zekere welstand beschikte of dat het huwelijk op bijzondere wijze werd voltrokken.
Trijntje overleed relatief jong en werd begraven op 25 september 1803 te Den Helder, waarbij 15 gulden voor de begrafenis werd betaald.
Kinderen uit het eerste huwelijk
Uit het huwelijk met Trijntje Slot werden vijf kinderen geboren:
-
Aaltje Korff, gedoopt 15 november 1789 te Den Helder, begraven 4 februari 1790 (2 maanden oud).
-
Aarjen Korff, gedoopt 9 september 1791 te Den Helder.
Hij zou later de enige erfgenaam zijn bij het overlijden van zijn vader in 1853. -
Grietje Korff, gedoopt 20 maart 1794 te Den Helder, begraven 6 september 1798 (4 jaar oud).
-
Willem Korff, geboren 2 januari 1799 te Den Helder, begraven 17 juni 1799 (5 maanden oud).
-
Aaltje Korff, gedoopt 2 mei 1802 te Den Helder. Zij trouwde op 14 april 1822 te Den Helder met Cornelis Sipkes, zeeman van beroep, en overleed op 22 mei 1834 op 32-jarige leeftijd. Van haar overlijden verscheen een rouwadvertentie in de krant.
De kindersterfte binnen dit gezin was hoog: drie van de vijf kinderen overleden op zeer jonge leeftijd, een tragische maar in die tijd niet ongebruikelijke realiteit.
Tweede huwelijk
Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwde Pieter Korff op 21 december 1805 te Den Helder met Marijtje Walig (Waling).
Marijtje werd gedoopt op 20 november 1769 te Den Helder en was een dochter van Jan Jansz Walig en Maartje Cornelis Timmers. Zij stamde uit een doopsgezinde familie, wat in het religieuze landschap van de Helderse gemeenschap een herkenbare minderheid vormde.
Ook dit huwelijk ging gepaard met relatief hoge kosten: opnieuw werd 30 gulden betaald voor de huwelijksinschrijving.
Marijtje overleed op 12 maart 1829 te Den Helder, 59 jaar oud. Ook van haar overlijden verscheen een rouwbericht in de krant.
Kind uit het tweede huwelijk
Uit dit huwelijk werd één kind geboren:
-
Maartje Korff, gedoopt 19 januari 1807 in de doopsgezinde kerk te Den Helder.
Zij trouwde op 5 oktober 1837 met Paulus de Bell, molenaarsknecht van beroep.
Maartje overleed op 24 februari 1851 te Den Helder, 44 jaar oud.
Koopman, reder en ondernemer
Pieter Korff ontwikkelde zich tot een geoctrooieerd koopman, wat betekende dat hij een officieel erkende handelsvergunning bezat. Daarnaast was hij reder, eigenaar van schepen die werden ingezet voor handel en visserij.
Ook wordt hij genoemd als aasverlegger. Deze functie hield verband met de visserij en betrof onder meer het organiseren van aasvoorziening of het beheer van visrechten.
Vanaf 1794 wordt hij genoemd als verlegger in de geepvisserij rond Den Helder. In dat systeem moesten vissers een deel van hun opbrengst afdragen aan degene die het visrecht had gepacht. Daarnaast ging een deel van de inkomsten naar armen en weeshuizen, wat jaarlijks moest worden verantwoord aan de weesmeesters.
Korff hield zich ook bezig met maritieme dienstverlening. Hij was cargadoor, een scheepsmakelaar die de administratie, lading en aankomst of vertrek van schepen regelde. Tevens bezat hij een scheepstimmerwerf, waar schepen werden gebouwd en onderhouden.
In 1815 vroegen Korff en baron Van Westerholt toestemming om hun scheepswerven te herstellen of te verplaatsen. Kort daarna kreeg de firma A. Korff en Zonen toestemming haar werf te verplaatsen naar een terrein nabij het Marine-etablissement Willemsoord, waar de werf actief bleef tot 1833.
Bestuurlijke functies
Naast zijn ondernemerschap vervulde Pieter Korff talrijke bestuurlijke functies.
In 1797 werd hij schepen, een functie vergelijkbaar met een wethouder of lokale rechter. Tijdens de Franse tijd werd hij tevens sous-maire, oftewel plaatsvervangend burgemeester.
In 1811 werd hij lid van de Municipale Raad van Den Helder. Ook maakte hij deel uit van de Commissie tot rechtsoefening, die zich bezighield met gerechtelijke taken of toezicht op rechtspraak.
Na het vertrek van burgemeester baron Van Westerholt in 1815 trad Korff op als provisioneel burgemeester van Den Helder (1815–1817), een tijdelijke functie waarin hij leiding gaf aan het gemeentebestuur in een overgangsperiode.
Later bleef hij actief in bestuurlijke en zakelijke rollen. In 1832 werd hij zaakgelastigde en in 1837 zaakwaarnemer, functies waarbij hij namens anderen zakelijke belangen behartigde.
Daarnaast was hij kerkmeester, verantwoordelijk voor het beheer van kerkelijke goederen en financiën.
Consulair agent en internationale contacten
Korff onderhield ook internationale betrekkingen. Hij was consulair agent van Zweden en Noorwegen, een functie waarin hij de handelsbelangen van deze landen vertegenwoordigde in Den Helder.
Dit toont aan dat hij een belangrijke positie innam in het netwerk van internationale scheepvaart en handel dat via de haven van Den Helder liep.
Activiteiten en gebeurtenissen
Door de jaren heen duikt de naam van Pieter Korff op in uiteenlopende gebeurtenissen.
Zo leverde hij wier voor het dichten van gaten in de Wierdijk bij Kolhorn, wat laat zien dat hij betrokken was bij waterbouwkundige werkzaamheden.
In 1802 werd hij samen met twee andere inwoners belast met de afhandeling van de nalatenschap van Pieter Sloth.
Tijdens de nasleep van de Franse tijd werd Korff genoemd in verband met betalingen en leveringen aan Franse troepen tussen 1795 en 1813. In de jaren daarna moesten deze vorderingen opnieuw worden onderzocht en afgerekend door de Nederlandse overheid.
In 1817 speelde hij als provisioneel burgemeester een rol bij de organisatie van een openbare strafexecutie in Den Helder, waarbij vier veroordeelde dieven op een schavot voor herberg De Roode Leeuw werden gegeseld. Korff was daarbij aanwezig in officieel tenue met zwarte kleding, driekante hoed en degen.
De cholera-epidemie van 1831
Tijdens de cholera-epidemie van 1831 verdedigde Korff de belangen van de Helderse vissers.
Door strenge quarantaine-maatregelen mochten haringvissers niet meer vissen bij De Hors op Texel. Korff schreef aan de burgemeester dat dit gebied de enige plek was waar nog winstgevende haring te vangen was. Het verbod trof minstens vijftien arme vissersgezinnen.
Hij wees daarbij op de tegenstrijdigheid dat vissers werden beperkt, terwijl loodsen wel contact hadden met schepen in quarantaine. Hij pleitte daarom voor versoepeling van de regels.
Woning en bezit
Pieter Korff woonde in wijk H, nummer 420 te Den Helder. Uit een krantenbericht uit 1834 blijkt dat zijn woning gelegen was nabij de Dijk.
In de jaren 1840 speelde hij een rol bij de uitbreiding van de begraafplaats van Den Helder. Een deel van zijn land grensde aan het kerkhof. Toen de begraafplaats te klein werd, verkocht hij in 1844 een stuk grond aan de gemeente.
In de koopakte liet hij vastleggen dat hij twee graven in eigendom kreeg op het nieuwe kerkhof, in dezelfde richting als de graven van zijn familie op het oude kerkhof.
Overlijden
Pieter Korff overleed op 30 oktober 1853 te Den Helder, slechts enkele dagen voor zijn negentigste verjaardag.
Op 2 november 1853 werd hij onder grote belangstelling begraven. In een krantenbericht werd hij beschreven als de oudste inwoner van Den Helder en een van de nuttigste leden van de gemeenschap.
Zijn werkzaamheden als reder, consulair agent, cargadoor, scheepswerfbezitter en bestuurder hadden volgens het bericht vele gezinnen van werk en inkomen voorzien.
Bijzonder was ook dat hij de laatst overgeblevene was van een groep inwoners die jaarlijks op 4 mei de uittocht van de Franse bezetting in 1814 herdachten. Op die dag wapperde de Nederlandse vlag traditioneel op zijn woning — als eerste en uiteindelijk ook als laatste.
De indrukwekkende stoet inwoners die hem naar zijn graf begeleidde, vormde volgens de krant het bewijs van de grote achting die de bevolking van Den Helder had voor deze “Nestor der gemeente”.