Buitenlandse voormoeder - Von Donatz

Gepubliceerd op 2 september 2026 om 14:22

Een naam die niet wilde kloppen

Genealogisch onderzoek levert soms een detail op dat net niet past — een naam die anders klinkt dan alles eromheen, een spelling die met geen enkele Nederlandse streektaal te verklaren is. Zo'n detail dook op bij het onderzoek naar Everdina Janssen, de vrouw van Albertus Hendriks. Haar moeder stond geregistreerd als Elizabet Donant, een achternaam die verder nergens in de Nederlandse archieven terugkeert. Fonetisch genoteerd, zo leek het: een naam die een kosteres of ambtenaar naar beste vermogen had opgeschreven, zonder die ooit eerder gehoord te hebben.

Het antwoord kwam van een onverwachte kant: de overlijdensakte. Daar staat haar naam plotseling voluit vermeld als "Elisabeth van Donatz" — dochter van de echtelieden Baptist André Conradi van Donatz en Helena ter Wint. Eén document, en de fonetische mist trok op.

Een doop in Den Haag, 1795

Het spoor leidde terug naar de doop van Elizabets vader: Baptista Andries Conradi Heinrich van Donatz, gedoopt op 12 juni 1795 in Den Haag, zoon van Leonhard Donatz en Eva Elisabeth Stossfeld. Nederlands hervormd, zo vermeldt de doopinschrijving — en daarmee al een eerste aanwijzing dat deze familie weliswaar buitenlandse wortels had, maar zich godsdienstig had aangepast aan haar nieuwe omgeving.

Twee details in deze doopinschrijving bleken bij nader inzien sleutels tot een veel groter verhaal.

Ten eerste: de vader was afwezig, "zijnde in het leger". Ten tweede: de doopgetuigen heetten De Salis en De Planta — namen die in de Nederlandse context volstrekt ongebruikelijk zijn, maar in een andere context onmiddellijk herkenbaar.

Zwitserse regimenten in Staatse dienst

Van de zestiende tot in de negentiende eeuw leverden Zwitserse kantons op grote schaal huurtroepen aan buitenlandse mogendheden — de zogeheten Fremde Dienste. Ook de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onderhield eeuwenlang vaste Zwitserse regimenten, compleet bemand met Zwitserse officieren en manschappen, in Staatse sold maar onder eigen Zwitserse bevelsstructuur. Den Haag, als zetel van de Staten-Generaal en het stadhouderlijk hof, was een vanzelfsprekende plek waar deze officieren gestationeerd of aanwezig konden zijn.

En dan die getuigen: De Salis en De Planta. Dit zijn niet zomaar namen — het zijn twee van de machtigste patriciërsgeslachten van Graubünden, de Zwitserse regio die eeuwenlang officieren leverde aan vreemde krijgsdiensten. Doopgetuigen werden in deze kringen doorgaans gekozen uit collega-officieren en gelijkgestemde families. Dat uitgerekend deze twee namen als getuige optreden, is een sterke aanwijzing dat de familie Van Donatz zich bewoog binnen datzelfde Bündner officiersnetwerk — en niet toevallig in Den Haag terechtkwam.

Een vader "in het leger": 1795 als kantelpunt

De afwezigheid van vader Leonhard krijgt, in het licht van de geschiedenis, een scherpe lading. Begin 1795 viel het Franse revolutionaire leger de Republiek binnen, vluchtte stadhouder Willem V naar Engeland, en werd de Bataafse Republiek uitgeroepen. Het Staatse leger — met daarin de Zwitserse regimenten — werd in diezelfde maanden ontbonden, gereorganiseerd of ingelijfd. Een vader die in juni 1795 "in het leger" en afwezig is bij de doop van zijn zoon, bevindt zich vermoedelijk midden in die chaotische overgang: nog met zijn eenheid op campagne of terugtocht, kort voordat de Zwitserse regimenten in Nederlandse dienst definitief verdwenen.

Een oud geslacht uit Graubünden

Verder onderzoek naar de naam Donatz bevestigt het beeld. De familie (von) Donatz is een bekend Zwitsers geslacht, oorspronkelijk afkomstig uit het Habsburgse Silezië en sinds de zestiende eeuw gevestigd in Sils im Domleschg, Graubünden. Het geslacht leverde generaties lang baljuws, gouverneurs-generaal en — traditiegetrouw voor de Bündner patriciërsfamilies — officieren aan vreemde mogendheden zoals Piëmont en Frankrijk.

Interessant is ook de naam zelf: Donatz oogt Italiaans, maar hoeft geen Italiaanse herkomst te betekenen. Grote delen van Graubünden, met name het Engadin, zijn van oudsher Reto-Romaans- of Italiaanstalig, en namen als Donato/Donatz zijn daar volstrekt inheems. Dat juist De Salis — een geslacht met wortels in de Bregaglia — als getuige optreedt, maakt het aannemelijk dat ook Donatz uit dat Italiaans-Reto-Romaanse deel van Graubünden stamt, zonder dat de familie ooit in Italië zelf gevestigd is geweest.

Een vergeten Nederlandse tak

Misschien wel het meest intrigerende gegeven komt uit een Zwitsers genealogisch naslagwerk. Daarin wordt vermeld dat de mannelijke lijn van de Donatz-familie zou zijn uitgestorven met Peter Ludwig, een generaal die na de Sonderbundoorlog (midden negentiende eeuw) overleed.

Maar dat verhaal is onvolledig. Leonhard Donatz — de vader uit de Haagse doopakte van 1795 — vertegenwoordigt een aparte, in Nederland voortlevende zijtak die in dat Zwitserse artikel niet wordt genoemd. Het lijkt erop dat de Zwitserse genealogen, wellicht omdat contact met deze in het buitenland gevestigde tak al generaties eerder was verwaterd, aannamen dat de familie volledig was uitgestorven — terwijl er in werkelijkheid, via Den Haag, nog altijd nakomelingen bestonden.

Tot besluit

Wat begon als een onverklaarbare fonetische naam in een negentiende-eeuwse Nederlandse akte, bleek uiteindelijk het spoor naar een eeuwenoud Zwitsers patriciërsgeslacht uit Graubünden — compleet met officiersloopbanen in vreemde krijgsdienst, een dramatisch tijdsgewricht in 1795, en een vergeten zijtak die de ondergang van de familie overleefde. Het is precies dit soort vondsten dat laat zien waarom het de moeite waard is om niet alleen de mannelijke lijn, maar ook de afkomst van elke aangetrouwde vrouw in een stamboom na te trekken: soms schuilt de meest onverwachte geschiedenis niet in de naam die de familie droeg, maar in de naam die er via een huwelijk bijkwam.